Reisverslag Schotland 2015

Reisverslag Schotland

mei 2015

Lowlands, Arran, Islay & Campbeltown

Dag 1 - 23 mei

 

Zo, we zijn weer vertrokken voor onze reis naar Schotland. Deze keer doen we voornamelijk het zuidwesten van Schotland. Met andere woorden, de Lowlands, Arran, Islay en Campbeltown. Gisterenavond vertrokken we met het schip de ‘Princess Seaways’ vanuit IJmuiden richting Newcastle upon Tyne. Aan boord trokken we naar goede gewoonte naar de Explorer’s Grill voor de obligate reuzensteak met frieten. Kwestie van alvast op krachten te komen. Vervolgens trokken we naar de bar voor een biertje want het whisky-aanbod in de Navigators Bar is maar pover en uiteindelijk betaal je veel geld voor een paar druppels whisky. Dat hebben we 2 jaar geleden mogen ervaren. Nog even een bezoek aan de shop en vervolgens trokken we ons terug in de kajuit want we hadden zelf wat lekkers meegenomen: een Littlemill 24 van The Nectar, een Bowmore 12 van Jack Wieber, een Nikka Miyagikyo 12 Key Malt en een Port Ellen 26 van Douglas Laing. Even goed genieten en daarna onder wol.

 

Vanochtend waren we vroeg wakker. Om 5u30 Engelse tijd stonden we al op het dek naar de zonsopgang te kijken. In de verte zagen we de kustlijn van Engeland. Rond 7 uur schoven we aan voor het ontbijt. Petro had vershoudzakjes meegenomen zodat we tegelijk een lunchpakket konden samenstellen. We hadden nl. weinig tijd om onderweg voor lunch te stoppen want we werden om 13u verwacht in de Auchentoshan Distillery. Auchentoshan ligt op een 10-tal minuten van Glasgow en de gps gaf aan dat we rond 12u45 zouden aankomen. Na een lange rit met wat file kwamen we uiteindelijk om 12u55 aan, net op tijd dus. We hadden een Classic Tour geboekt, gevolgd door een ‘Tantalizing Tasting’. De Auchtentoshans die we in het verleden al geproefd hadden vonden we niet zo ‘tantalizing’ dus we waren benieuwd. Auchentoshan is niet bepaald een grote distilleerderij maar ze hebben wel een knap bezoekerscentrum’. De tour leerde ons weinig nieuws maar het was leuk om te zien hoe de distilleerderij ervan binnen en buiten uit zag. De gids leek me echter een groentje want hij noemde Ardmore een Islay whisky en had geen direct antwoord op een aantal gerichte vragen. Nog even oefenen dus. Dan de 'Tantalizing Tasting'. We kregen in volgorde de American Oak, de 12-year old, de Springwood en de Three Wood voorgeschoteld. Niks mis mee maar ook weinig spannende whisky’s. Als laatste whisky kregen we echter een op Bordeaux vaten gerijpte ‘distillery only’ malt van 9 jaar oud onder onze neus geschoven. Dit was duidelijk andere koek. Een uitstekende whisky met een apart smaakprofiel en een prima kandidaat voor de eerstkomende Malt Monkeys tasting. Deze kwam dus alvast mee naar België.

 

Daarna weer de weg op richting Ardrossan. Daar namen we de boot naar het eiland Arran. Om 17u30 scheepten we in en een dik uur later waren we op het eiland. Onze B&B, The Belvedere Guesthouse, ligt op 2 minuten van de haven dus lang moesten we niet te rijden. We werden hartelijk ontvangen door de gastvrouw en de kamers zagen er mooi uit. Vooral het uitzicht op de zee is de moeite. Even rustig genieten en morgen weer een nieuwe dag. Tot morgen dus.

 

 

Dag 2 - 24 mei

 

Vanochtend waren we een uur voordat de wekker afging al wakker. Last van de jetlag zeker. Na het ontbijt trokken we met de wagen naar de westkust van Arran. Omdat we pas om 11u45 afspraak hadden in de Arran distillery besloten we om een wandeling te maken richting de Machrie Moor Standing Stones. Dit zijn steencirkels uit graniet en rode zandsteen die rond 1800 voor Christus werden gebruikt als graf voor overledenen. Des te groter de stenen, des te belangrijker de persoon was in die tijd. Na drie kwartier kwamen we op de plaats aan en ik moet toegeven dat er toch een mytische sfeer hing. Het uitzicht zag er fenomenaal uit. Het feit dat we vroeg waren en dus alleen maakte het alleen maar aangenamer. De wolken trakteerden ons echter regelmatig op wat regen maar we lieten ons uiteraard niet kennen. Op de weg terug kwamen we regelmatig groepjes wandelaars tegen die ook op weg waren naar Machrie Moor. Het is dan ook een publiekstrekker op Arran.

Rond 10u45 trokken we dan richting Lochranza. We hadden nog wat tijd om Lochranza Castle te bezoeken. Dit kasteel werd door Hergé gebruikt als voorbeeld voor de cover van ‘Kuifje en de Zwarte Rotsen’. Er blijft niet veel over van deze ruïne maar was zeker een bezoekje waard. Het geeft toch een indruk van hoe het kasteel er destijds moet uitgezien hebben.

Daarna ging het richting de Arran Distillery en op de parking kwamen we Lucie Stroesser tegen. Lucie is 'Brand Ambassador' bij Arran en we zien haar regelmatig op beurzen in België. Het weerzien was hartelijk. Lucie is française en was met haar ouders op rondreis door Schotland.

In de distillery meldden we ons aan voor de ‘Extended Copper Tour’. Dat is een rondleiding met aansluitend een tasting in de bar. De tour was in orde maar we keken eerder uit naar de tasting in de hoop wat nieuwe whisky’s te kunnen ontdekken. Na de obligate standaardbottelingen kregen we ook wat single casks en een private cask van de Glasgow Whiskyclub te proeven. Deze laatste, een 13 jaar oude op bourbon cask gerijpte malt, was erg in orde en deze namen we dan ook mee.

Vervolgens trokken we terug naar Lochranza waar we de boot namen richting Claonaig. Op de boot kwamen we terug Lucie tegen en hadden we dus nog wat tijd om bij te praten. De overzet duurde een half uur en van Claonaig is het dan nog 10 minuten rijden naar de ferry richting Islay want daar overnachten we vandaag. Omdat we wat vroeg waren voor de ferry besloten we richting Tarbert te rijden om wat te eten en drinken. We namen tevens de tijd om de ruïne van Tarbert Castle te bezoeken. Deze bleek in een nog erbarmelijkere staat dan Lochranza Castle.

Rond 16u45 reden we vervolgens naar Kennacraig om in te checken voor de boot naar Islay. De overtocht duurde ongeveer 2 uur en rond 20u30 kwamen we aan in onze B&B ‘Lyrabus Croft’ in Gruinart. Net zoals 2 jaar geleden werden we hartelijk ontvangen door Deirdre en Gibson. Na even wat bijpraten trokken we naar onze kamer om te skypen met het thuisfront. Daarna was er nog tijd om te relaxen met een Mortlach 25yo van Cadenhead en de Littlemill van The Whisky Mercenary. Vervolgens gingen de boeken toe. Slaapwel!

 

 

Dag 3 - 25 mei

 

Vanochtend werden we verwacht bij Caol Ila waar het open deurdag is. We reden met de auto naar Keills en daar werden we opgewacht door een busje om ons naar de distilleerderij te brengen. Omdat de weg naar Caol Ila nogal smal is en omdat er weinig parkeerplaats is werden er geen auto's toegelaten. Om 9u15 kwamen we aan en het personeel was nog volop bezig met het opzetten van tenten, decoratie, etc. Om 9u30 hadden we de Operator's Tour geboekt. Dat is eigenlijk een gewone tour maar deze keer niet door een gids gegeven maar door iemand van de produktie. Aan de shop zien we al enkele die-hards aanschuiven voor de speciale festivalfles. Om 9u30 werden we door een zekere Lyndsey rondgeleid. In het verslag van 2 jaar geleden schreef ik al dat Caol Ila aan de buitenkant een lelijke distilleerderij is. Echter vanbinnen zag het er allemaal best in orde uit. Vrij modern ook met een gigantische mash tun in inox en een state-of-the-art koelingsysteem om de wort af te koelen. En alles gebeurt uiteraard computergestuurd. Dat kregen we te zien in de controlekamer waar we een uiteenzetting kregen hoe alles met de computer kan geregeld worden.

Na de tour werden we naar de 'tasting room' gebracht. Daar stond Donald Colville, Global Malt Whisky Ambassador voor Diageo, ons op te wachten voor een kleine tasting. We kregen een dram van de standaard 12 jaar oude Caol Ila en de Feis Ile 2015 festivalbotteling voorgeschoteld. Deze laatste is een 17 jaar oude whisky op vatsterkte (57,3% ABV) en heeft een 'triple maturation' ondergaan. De rijping was gedaan op Amerikaanse eik, Moscatel vaten en oude eiken vaten. Zeer lekker en deze ging dan ook mee voor de volgende Malt Monkeys tasting.

Na de lunch trokken we naar Kilchoman. Kilchoman is een boerderij en een distilleerderij en doet de volledige produktie van whisky in eigen beheer, van het mouten tot het bottelen. De distilleerderij is van 2005 en is dus de jongste van het eiland (het nieuwe Gartbreck is momenteel nog niet in produktie). Om 14u stond manager Anthony Wills klaar om ons rond te leiden in zijn distilleerderij. Het contrast met Caol Ila is enorm want Caol Ila is de grootste distilleerderij van Islay, Kilchoman de kleinste. En dat zie je aan alles: kleine distilleerketels, tuns en washbacks. Wat Caol Ila in een week produceert, doet Kilchoman in een jaar. Uitbreiding is wel voorzien maar spectaculair zal het het niet zijn volgens Anthony. Het is de bedoeling om het allemaal kleinschalig te houden en het karakter te behouden van de typisch geturfde Islay whisky. Of zoals Anthony het zei:"If you wan't sherry, go buy a bloody bottle of sherry!'. Met andere woorden, Kilchoman finisht alleen sommige whisky met sherry of port maar zal geen whisky volledig rijpen op dergelijke vaten. De tour was erg plezant. Anthony is een man met een duidelijke visie over hoe zijn whisky gedistilleerd moet worden en met welk karakter maar hij heeft ook een groot gevoel voor humor. Lachen à volonté met die man! We kregen alles te zien: van de moutvloer tot de bottelarij.

Na de tour werden we naar de tasting room gestuurd waar 6 Kilchoman expressies stonden te wachten. We kregen wat oudere malts en wat nieuwe malts te proeven. De bedoeling van Anthony was om ons te laten proeven hoe zijn whisky in al die jaren geëvolueerd is. En daar heeft hij een punt. Je proeft wel degelijk dat de whisky matuurder is geworden maar wij zijn toch van mening dat Kilchoman nog iets te jong (de oudste is 8 jaar oud) is om echt top te zijn. Het is dus nog even wachten op een Kilchoman van 12 jaar en ouder.

Het was fris op Islay maar het zonnetje scheen. Omdat onze auto volgeladen was met materiaal om te barbecuen besloten we maar om een mooi plekje te zoeken. In Bowmore stopten we in de lokale supermarkt om wat vlees uit te halen en uiteindelijk vonden we net buiten Port Ellen de ideale plek: mooi zicht op de zee en op de vuurtoren van Port Ellen. Omdat er veel wind stond gebruikten we de wagen als windscherm en dat werkte prima. We trokken een fles Spaanse rode wijn open en lieten het ons smaken. Rond 21u trokken we terug richting Gruinart voor een verfrissende douche want we waren redelijk uitgerookt door de bbq. Zeg maar peated! Daarna nog 2 drammetjes en dan was het weer tijd om onder de wol te kruipen. Het was een prima dag!

 

 

Dag 4 - 26 mei

 

Vandaag was Laphroaig aan de beurt. Na een wederom stevig Schots ontbijt trokken we richting Port Ellen waar we een klassieke tour geboekt hadden. Bij aankomst stond er al een rij van ongeveer 75 meter voor de shop. Allemaal wilden ze de festivalbotteling scoren, de Cairdeas 2015. Wij zijn ook benieuwd want de vorige edities van de Cairdeas waren van prima makelij. De gids vertelde ons echter dat er meer dan genoeg flessen zijn en dat we niet hoefden te vrezen dat we geen fles zouden kunnen vastkrijgen. De tour was in orde maar uiteraard vrij standaard. Geen nieuws onder de zon dus. Dan naar de tasting room. Hier mochten we naar believen proeven van alle standaardbottelingen en de Cairdeas 2015. Dat moesten ze ons geen twee keer zeggen of we stonden al met een dram van de festivalbotteling in onze handen. Maar pfoe, was dat een tegenvaller zeg. Petro en ik zijn niet zo'n voorstander van fel geturfde whisky waar haast geen andere smaken waar te nemen zijn. En dit was er zo één. Een vloeibare asbak! Geen leuke finishing in een sherry, porto of rumvat maar gewoon pure rooksmaak. 'De gustibus non est disputandum' maar dit was duidelijk niet voor onze bek. Even doorspoelen met een Laphroaig 18 en dan richting Ardbeg voor de lunch en een aantal flessen Perpetuum Distillery Release. Lunchen in the Old Kiln Cafe is altijd prima maar nu was er een band die Keltische muziek speelde en dat maakte het nog extra gezellig.

Na de lunch trokken we naar de Bunnahabhain Distillery want om 14u30 werden we verwacht voor een 'warehouse walk' met 'Long' John McGillvary, de verantwoordelijke voor de vaten in de warehouses. Onze verwachtingen waren hoog gespannen want we betaalden 35£ voor deze tour. Met een grote groep kregen we van 'Long John' een rondleiding in de warehouses en werd ons o.a. getoond hoe het alcoholpercentage gemeten werd van een vat en kregen we uitleg over zijn activtieiten in zijn warehouses. De man sprak echter met zo'n verschrikkelijk Schots dialect dat we nog niet eens de helft verstaan hebben. Vervolgens trokken we naar de tasting room en kregen we 3 cask samples voorgeschoteld, een Bunna 2006 bourbon cask, een jonge 2008 Oloroso en een Moine uit 2007 ('moine' betekent 'turf' in het Keltisch). Pfff, was dat een tegenvaller! Vijfendertig pond betalen voor een relatief korte, nauwelijks verstaanbare rondleiding en 3 jonge drams die niet eens zo super waren. What a rip-off!

Na een kort bezoek in de shop trokken we terug richting het binnenland van het eiland. In Bridgend kwamen een bord tegen waarop 'Islay Ales' stond. Aha, bier! Da's weer eens wat anders dan whisky en dus gingen we een kijkje nemen. We kwamen aan een grote vierkantshoeve die onderverdeeld was in een aantal shops en ateliers. Daar zagen we tevens de kleine brouwerij van 'Islay Ales'. Mijn broer is een grote bierliefhebber dus het leek me wel leuk om een aantal lokale biertjes mee te nemen. En van al dat bier kregen we dorst dus trokken we maar naar Portnahaven. Daar vonden we een leuk cafeetje met de schitterende maar onuitspreekbare naam 'An Tigh Seinnse', wat zoveel betekent als 'The House of Singing'. Gezongen hebben we niet maar tussen de 'locals' een pintje drinken en meeluisteren met de sappige verhalen aan de toog was ook enorm plezant.

Vervolgens trokken we naar de Ballygrant Inn om een hap te eten. Gerookte mosselen, lamskoteletten voor Petro en een kip-rijstschotel voor mij. Terwijl we wachtten op het eten bekeken we de flessen in de bar en tot onze verbazing stonden quasi alle festivalbottelingen opgesteld, met uitzondering van de (te dure) Bowmore 1988 en de Bunnahabhain 18yo Moscatel. Er werd dus al gauw beslist dat we na het eten een groot aantal van deze feestflessen gingen proeven aan de bar. Het deed wat zeer in de portemonnee maar desalniettemin een geslaagde avond.

 

 

Dag 5 - 27 mei

 

Vandaag moesten we vroeg uit de veren want we hadden bij Bowmore een tour geboekt die al om 9u begon. Om kwart voor negen kwamen we aan bij Bowmore en stond er al een enorme rij mensen te wachten voor de shop. Blijkbaar zijn de Bowmore festivalflessen grof wild. De shop gaat immers pas open om 10u. en we hebben zelfs mensen gezien met een slaapzak (!). Om 9u stipt begonnen we aan onze 'Tasting Tour', een rondleiding in de distilleerderij waarbij we regelmatig voorzien werden van een Bowmore expressie. En dat al 's ochtend vroeg. We hebben uiteindelijk niet veel geproefd en wat sampleflesjes gevuld zodat we op een later tijdstip van deze malts zouden kunnen genieten. De tour zelf was voor de rest in orde en duurde tot 10u., het tijdstip waarop ook de shop openging. De tour bleek een zegen want we mochten met de gids als eerste de shop binnengaan terwijl er buiten mensen al uren stonden aan te schuiven. We grabbelden al gauw een Bowmore Feis Ile 2015 Virgin Oak mee die we dag voordien in de Ballygrant Inn geproefd hadden. Dit leek ons een prima whisky om onze komende Malt Monkeys tasting mee te openen.

Omdat we nog wat tijd hadden tot onze volgende activiteit besloten we op zoek te gaan naar de nieuwste distilleerderij op Islay, de Gartbreck Distillery. Deze distilleerderij zou dit jaar in de zomer opstarten en we waren benieuwd hoe het er allemaal zou uitzien. De GPS van de wagen kon de lokatie net buiten Bowmore niet vinden maar via de gps van mijn smartphone lukte het toch. Het regende pijpenstelen en de weg naar Gartbreck werd slechter en slechter. De auto schokte van links naar rechts en op een bepaald moment besloten we toch maar rechtsomkeer te maken. De weg was gewoon te slecht en de modder werd dieper naarmate het regende.

Dan maar richting Port Ellen voor een groot kop koffie en een broodje in The Old Kiln Cafe van Ardbeg. We hadden tijd want onze volgende activiteit, de Lagavulin Warehouse Demonstration, was pas om 14u30. Hier keken we enorm naar uit want vrienden hadden ons al verteld dat dit een geweldige ervaring is. Om 14u30 stonden we dus klaar in de Lagavulin tasting room te wachten tot Lagavulin-legende Iain McArthur ons kwam halen. Minuten later mochten we in één van zijn warehouses binnenstappen en zagen we een line-up van verschillende vaten klaarstaan. Als starter kregen we eerst wat 'new make' te proeven en dit was persoonlijk de beste 'new make' die ik ooit heb mogen proeven. Als dit al lekker is dan is het geen wonder dat het eindprodukt van Lagavulin vaak fantastisch is. Vervolgens kregen we nog 5 cask samples te proeven die tussen de 9 en 33 jaar oud waren. Deze laatste was trouwens een absolute topper. Ik denk dat whisky-recensent Serge Valentin voor deze malt beslist de 'anti-maltoporn' brigade zou laten aanrukken. En uiteraard was deze tasting doorspekt met humor. Iain is een geweldige entertainer en houdt er tevens van wat plaagstoten uit te delen. Zo kregen enkele bevallige dames de opdracht om met een valinch whisky uit de vaten te zuigen. Toen een dame zei dat ze dat liever niet wilde doen kreeg ze als antwoord 'Do what you've been told to do. Go suck it!'. Hilariteit alom. We vermoeden dat Iain er wel van geniet dat dames, voorover gebogen over zijn vaten, aan zijn valinch staan te zuigen. De kleine seksist!

We hadden eigenlijk zo veel plezier dat we de tijd uit het oog verloren. Om 16u. werden we immers in Bowmore verwacht voor een Douglas Laing tasting en hadden we vanuit Port Ellen nog 10 minuten om er te geraken. Dat werd racen en amper enkele minuten te laat kwamen we aan in de Gaelic School van Bowmore. We verontschuldigden ons voor het te laat komen en zetten ons aan een tafeltje. Daar stond een line-up klaar die bestond uit Big Peat, Rock Oyster, Bowmore 15yo Old Particular, Ardbeg&Craigellachie Double Barrel, Laphroaig 14yo Old Particular en een 30 jarige Caol Ila XOP. Deze laatste was de lekkerste maar de verrassing kwam van de Double Barrel. Dit is een samenvoeging van twee verschillende malts en in dit geval met de Ardbeg en de Craigellachie is dit een uitstekende combinatie. Daar heeft de master blender van Douglas Laing prima werk geleverd. De tasting werd trouwens gegeven door de Belg Jan Beckers, Global Ambassador voor Douglas Laing en had als titel 'Aged and Unrivalled' meegekregen. Buiten de Caol Ila viel dat 'Aged' wel mee want er zaten voor de rest niet veel oude malts tussen. En over 'Unrivalled' valt ook te discussiëren als je o.a. een Rock Oyster en een Big Peat serveert. Maar ja, we zijn dan ook verwende gastjes he!

We hadden ondertussen honger gekregen en na een douche in onze B&B trokken we naar het Lochside Hotel in Bowmore voor een lekker diner en een groot glas Stella Artois. Het Lochside Hotel beschikt tevens over een mooie whiskybar maar de prijzen zijn navenant. Het valt op dat er weinig whisky gedegusteerd wordt en het merendeel van de 'barflies' zitten aan het bier. Toch een teken dat whisky in Schotland aan te dure prijzen wordt verkocht. Tot onze verbazing zagen we plots 2 bekende personen aan de bar staan. Geert Bero, bekend van het Lindores Festival in zijn hotel Bero en Michiel Mestdagh van whiskybar The Green Man in Oostende. Altijd leuk om bekende mensen in het buitenland tegen te komen en wat volgde was een leuk gesprek aan de bar en eveneens een aangename afsluiter van een wederom gezellige avond...

 

 

Dag 6 - 28 mei

 

Vanochtend werden we gewekt door het zonnetje. Een aangename manier om wakker te worden na een aantal dagen koud en zeer wisselvallig weer. Deze keer stond er geen distilleerderij op het programma maar een mouterij. Om 10u werden we verwacht in Port Ellen Maltings, de enige mouterij op Islay. Port Ellen Maltings levert aan 6 van de 8 distilleerderijen op Islay maar o.a. ook aan Tobermory voor de geturfde Ledaig of aan het Deense Braunstein. Over het algemeen kun je de mouterij niet bezoeken maar voor het Feis Ile festival hebben ze toch een aantal rondleidingen voorzien. Om stipt 10u kwam onze gids, Ramsay, ons halen aan de ingang en vertelde ons dat hij aan zijn allerlaatste rondleiding begon. Hij vertrok nl. in de namiddag met de boot naar het vasteland omdat hij voor de Glenkinche Distilleerderij gaat werken. De tour was dik in orde en een welkome afwisseling. Hier gebeurt het mouten toch op een ander niveau dan in de distilleerderijen die dit nog op kleinschalige manier doen. Na een flink aantal trappen kwamen we boven in de mouterij aan. Je mag geen hoogtevrees hebben want als je naar beneden kijkt door de geperforeerde vloer, besef je dat je op serieuze hoogte staat. In de grote ruimte zagen we ijzeren kuipen gevuld met bevochtigde gerst. Hier wordt de gerst in een bad met water gestopt zodat het vochtgehalte oploopt van 14% naar ongeveer 45%. Dit duurt zo'n 3 dagen. Vervolgens komt de bevochtigde gerst in reusachtige, roterende cilinders terecht. Hier gebeurt het kiemproces. Door de rotering zorgt men ervoor dat de temperatuur niet oploopt, er geen schimmel ontstaat en de gemoute gerst niet gaat samenklitten door de vezels. Als het kiemproces dan in de gewenste fase is stopt men dit proces door de gerst te drogen in een droogoven, de kiln. Zo'n droogoven verschilt niet veel van eentje in een distilleerderij. Afhankelijk voor welke distilleerderij de gemoute gerst is laten ze de gerst gedurende een bepaalde tijd roken met turf. Voor een Ardbeg of Laphroaig duurt dat turfroken een 30-tal uur of langer. Voor andere distilleerderijen duurt dat turfroken meestal minder lang naargelang de gewenste turfsmaak die men wenst te bekomen. De tour was enorm interessant en zeker een aanrader als je de kans krijgt om een rondleiding te boeken tijdens Feis Ile. Op het einde kregen we nog wat overblijfselen van de Port Ellen distilleerderij te zien, zoals het allerlaatste gevulde vat en een 'tun' waarin iedere druppel Port Ellen gezeten heeft. De Port Ellen distilleerderij sloot destijds in 1983.

Dan maar weer de auto in om een plek te zoeken voor lunch. Omdat er niet bepaald veel keuze is op Islay om een lunch te scoren gingen we maar weer langs bij Ardbeg. Altijd lekker daar dus erg vinden we dat niet. Om 13u hadden we onze laatste bezoek op Islay, nl. bij Bruichladdich. Twee jaar geleden hadden we daar een leuke warehouse tasting. Deze keer hadden we de standaard tour geboekt en het was de immer sympathieke Mary McGregor die de rondleiding verzorgde. Mary is naast gids ook de shopmanager. Toen ze onze Malt Monkeys hemden zag was ze meteen verkocht en werden we onmiddellijk aangesproken met 'Monkeys'. 'Hey monkeys, follow me...', 'Shall I take picture of you, monkeys?', etc. Ze vroeg zelfs of ze erelid mocht worden van onze club. Toffe madam, die Mary! Halverwege de tour kwamen we een oude bekende tegen. Kate, onze gids van 2 jaar geleden, waren we inmiddels ook op whiskybeurzen tegengekomen en het weerzien was hartelijk. Omdat ze ook met een tour bezig was was er helaas geen tijd voor een lange babbel. En wij moesten uiteraard ook verder met onze tour. Die was standaard en goed maar interessant was dat we 'Ugly Betty' eens konden bewonderen. 'Ugly Betty' is geen lelijke dame die ergens op de distilleerderij rondloopt maar een distilleerketel die afkomstig is van de in 2004 ontmantelde Inverleven distilleerderij. En hierin wordt geen whisky gedistilleerd maar gin. Maar liefst 22 van de 31 gebruikte kruiden zijn afkomstig van het eiland zelf en heeft daarom een vrij uniek karakter. Deze gin is verkrijgbaar in de betere slijterij onder de naam 'The Botanist'. Na de tour kregen we in de Laddie-shop nog de keuze uit een 8-tal whisky's waarvan we er eentje mochten proeven. Twee ervan waren 'bottle your own' whisky's: er stond een vat Port Charlotte en een vat Bruichladdich met zware Oloroso sherrysmaak. Die laatste Laddie zat in een erg actief sherry vatje. Dat is wel duidelijk. Maar uiteindelijk vonden we ze niet speciaal genoeg om mee terug te nemen naar België dus de geldbeugel bleef dicht.

We namen afscheid van de sympathieke Mary en trokken dan met de wagen richting Port Askaig. Om 15u30 vertrok daar onze boot richting het vasteland. Twee uur later kwamen we aan in Kennacraig en vervolgden we onze reis richting Campbeltown. Na een klein uurtje kwamen we aan in onze B&B met de naam 'Grammar Lodge'. De uiterst sympathieke gastvrouw Kirsteen stond ons al op te wachten. Enkele jaren geleden hadden de eigenaars een schooltje opgekocht en verbouwd in een mooie B&B. En het mag gezegd worden, dit was veruit de mooiste en meest comfortabele B&B waar we reeds gelogeerd hebben. De kamer zag er luxueus uit met comfortabele boxsprings en een badkamer met een zalige regendouche. Na een opfrisbeurt trokken we naar de Royal Hotel voor een hap eten. Volgens Kirsteen was dat 'the place to be' voor een lekkere maaltijd en ze had gelijk. Vergezeld van een groot glas Stella Artois kregen we een groot bord dik gesneden hesp met spiegelei en handgesneden frieten. Geen 'haute cuisine' maar voor varkens zoals wij is dit prima voedsel. Na de schranspartij trokken we naar een andere 'place to be' maar niet om te eten maar voor een lekkere dram whisky: de Ardshiel hotel. De decoratieve whiskyvaten aan de voorzijde van het hotel liet niets aan de verbeelding over. Dit is een heuse trekpleister voor de whiskyliefhebber. In de bar staan meer dan 500 whisky's en we hadden ogen te kort om alles te aanschouwen. Na een uitgebreide studie van de whiskykaart besloten we ieder een festivalwhisky van het Campbeltown Malts Festival te kiezen: een Hazelburn 2003 en een Longrow 2002. Twee jonge malts van bijna 60% en dat zonder opwarming van ons keelgat. Geen goed idee want onze keelgaten werden net niet dichtgeschroeid. Pfoe! De bar zat trouwens vol whisky-aficionado's. Duitsers, Fransen en Nederlanders. Allemaal kwamen ze proeven uit de rijke voorraad whisky van het Ardshiel hotel. Wie whisky lust en in de buurt van Campbeltown vertoeft moet hier gewoon langsgaan. A Malt Monkeys approved whiskybar!!

 

 

Dag 7 - 29 mei

 

De ochtend zag er veelbelovend uit. Het zonnetje scheen en na het lekkere ontbijt trokken we naar de Cadenhead shop een paar straten verderop om onze tourkaartjes op te halen. Vandaag stond een rondleiding bij Springbank en Glengyle op het menu alsook een Cadenhead Warehouse tasting waar we enorm naar uitkeken. Na betaling trokken we naar Springbank wat verderop in de straat. De gebouwen zijn oud maar karaktervol en op het binnenplein zien we de opgestapelde vaten, zowel verse als reeds gebruikte. We zijn blijkbaar niet alleen want er staat zo'n 20 man te wachten waaronder een groep Nederlanders die we ook in het Ardshiel hotel gezien hebben. We begonnen de tour in de maltbarn waar we de moutvloer mogen aanschouwen. Het water dat voor o.a. voor het mouten gebruikt wordt komt van de Crosshill Loch, een waterreservoir in de heuvels net buiten Campbeltown. Dit water wordt ook gebruikt in de andere processen. Vervolgens kwamen we aan bij de kilns waar de gemoute gerst al dan niet geturfrookt wordt. Er worden bij Springbank 3 verschillende whisky's geproduceerd met elk hun karakter. De Hazelburn wordt niet geturfrookt, de Springbank ongeveer 6 uur en de Longrow maar liefst 47 uur. De Springbank Distillery doet het volledige proces, van mouten tot bottelen, helemaal zelf dus we zagen nog de verschillende produktieruimtes en de warehouses waar de vaten opgeslagen liggen.

Aansluitend hadden we een bezoek gepland aan de Glengyle Distillery dewelke ook in handen is van de Springbank eigenaars. Blijkbaar waren we de enige die interesse hadden in Glengyle want de grote groep werd gereduceerd tot 2, Petro en ik dus. Glengyle ligt zo'n 200 meter verder dan Springbank dus ver hoefden we niet te stappen. Glengyle werd in 1872 opgericht en sloot in 1925 totdat in 2000 het bedrijf Mitchell's Glengyle werd opgericht met als doel deze distilleerderij terug op te bouwen. Uiteindelijk begon men in 2004 terug te produceren en de whisky werd gebotteld onder de naam Kilkerran. Het opgeknapte gebouw ziet er in tegenstelling tot Springbank fris uit en binnen kan je quasi van de vloer eten. Zo proper! De tour is kort en bondig maar we zijn tevreden dat we ze toch bezocht hebben. Leuk is dat er buiten aan de achterkant van de distilleerderij een gat in de muur is met tralies. Als je erdoor kijkt zie je de 'Lorne and Lowland Church' dewelke ook afgebeeld staat op de etiketten van Kilkerran bottelingen.

Na de tour gingen we terug naar Springbank waar Cameron McGeachy ons stond op te wachten voor de Cadenhead Warehouse tasting. We hadden gehoopt dat Mark Watt de tasting zou geven maar hij had gemaild dat hij die dag in Edinburgh zat. Maar Cameron bleek ook een toffe gast te zijn en hij trok onmiddellijk een vat Littlemill 1992 en een Inchmurrin 1974 open. Van zo'n opener worden we zeker niet ongelukkig. Vervolgens passeerden een Glenlivet 1996, een Clynelish 1990, een Highland Park 1988 en een Bowmore 2000 de revue. Stuk voor stuk fantastische whisky's!! Cameron mocht na de tasting nog aan het werk want we lieten een Highland Park en Littlemill vullen uit het vat. Achteraf hadden we spijt dat we de Glenlivet ook niet laten bottelen hebben. Die moest niet onderdoen voor de Highland Park en de Littlemill. Maar ja, de autokoffer was al goed gevuld met whisky. We liepen nog samen met Cameron naar Cadenhead shop om onze rekening te betalen. In de shop kwamen we levende legende Frank McHardy tegen. Frank werkte sinds 1977 voor Springbank maar is momenteel met pensioen. Echter, hij doet nog altijd rondleidingen en is ook nog betrokken bij de Whisky School, een hands-on opleiding whisky maken georganiseerd door Springbank. We namen de tijd om even met hem op de foto te gaan. Vervolgens namen we afscheid van Cameron en Frank want we moesten Campbeltown alweer verlaten.

We hadden een rit voor de boeg van 250 km met bestemming Dunblane, een dorp dat ongeveer 50 km ten noorden van Glasgow ligt. We hadden een hotelletje geboekt tegenover de mooie, statige kathedraal van Dunblane. Over het uitzicht vanuit onze kamer konden we alleszins niet klagen. En Dunblane zelf bleek een rustig dorp met gezellige, oude huisjes. Omdat we het Schotse voedsel een beetje beu waren besloten we Indisch te gaan eten bij Mister Singh's restaurant. We kwamen dit restaurant tegen toen we onderweg waren naar het hotel. Het restaurant zat goed vol dus dat bleek alvast een goed teken. Na een studie van de menukaart besloten we het op safe te spelen en bestelden we een Tikka Massala want al die andere gerechten waren ons niet bepaald bekend. De bediening door obers met tulband was hartelijk en ons gerecht bleek een echte voltreffer. Absoluut de beste Tikka Massala die we ooit gegeten hadden. Om al dat eten enigzins wat te verteren besloten we nog een wandeling te maken door het pittoreske Dunblane. Vervolgens trokken we naar ons hotel. Op onze kamer dronken we nog een drammetje terwijl naar een aflevering van Top Gear keken. Veel is er niet te zien op de Engelse kanalen dus lang voor de tv hangen zat er niet in. Slaapwel!

 

 

Dag 8 - 30 mei

 

Onze laatste dag in Schotland en tevens ons laatste Schots ontbijt. We eten het heel graag maar we zijn toch blij dat het de laatste keer is. Even de auto inladen en dan richting Doune voor onze laatste bezoek, de Deanston Distillery. Bij aankomst zien we een groot oud gebouw dat er niet echt uitziet als een distilleerderij maar eerder als een pakhuis. We meldden ons aan in de shop en een jonge dame kwam ons vervolgens halen voor de tour. Al gauw werd duidelijk waarom de site er niet als een echte distilleerderij uitzag. Dit was nl. sinds 1785 een katoenfabriek totdat men in 1966 de gebouwen transformeerden in een distilleerderij. De Teith rivier die langs Deanston loopt is heel belangrijk. Men haalt daar het water voor alle processen van de produktie maar ze voorzien zichzelf ook van stroom door middel van een heus hydro-energiesysteem, een soort van moderne watermolen. Sinds 1833 gebruikten ze er trouwens al watermolens. De grootste watermolen kreeg de naam Hercules mee en was destijds de grootste van heel Europa met een diameter van meer dan 11 meter en een aandrijving van 300pk. De gids legde ons in iedere kamer of zaal uit welke functie de ruimte destijds had. De geschiedenis en achtergrond van Deanston maakte de tour zeer interessant. Toen we de warehouse betraden viel ons een bepaald vat op. Ze stond nl. vol met handtekeningen. Blijkbaar werd de film 'The Angel's Share' die in 2012 uitkwam gedeeltelijk in de distilleerderij gefilmd. De producer, Ken Loach, en wat acteurs/actrices hadden hun handtekening op een vat gezet als aandenken.

Na de tour kregen we nog een kleine tasting in de shop: de Deanston 12, de Deanston Distillery Only en de Ledaig 18 van zuster-distillery Tobermory. Deze laatste stak er toch bovenuit.

Vervolgens was het tijd om terug de auto in te stappen en richting Newcastle te rijden voor de ferry naar IJmuiden. We kozen ervoor om de toeristische route te nemen via Jedburgh en de Carter Bar. Zo konden we op deze laatste dag nog genieten van de prachtige Schotse landschappen.

Rond 15u kwamen we in Newcastle aan. Ruim op tijd dus. Eenmaal aan boord reserveerden we een tafel in de Explorer's Grill voor onze obligate reuzensteak en later op de avond waagden we ons aan een spelletje bingo in de bar. Niet meteen een geliefd spelletje van ons maar we deden maar mee met de massa. En met wat glazen mojito werd het nog een plezante avond. Jammer dat zulke schitterende reizen snel aan een eind komen. Alla prossima!