Reisverslag Schotland 2013

Reisverslag Schotland

mei 2013

Lowlands, Highlands, Speyside & Islay

Dag 1 – 24 mei

 

Zo, de eerste dag zit erop. De rit naar IJmuiden duurde ongeveer 3 uur en verliep vlekkeloos met nauwelijks files. Bij aankomst parkeerde ik m’n auto en schoven we aan achter een lange rij mensen in de Ferry Terminal van IJmuiden. Toen het eindelijk onze beurt was vertelde de hostess ons doodleuk dat we in de verkeerde rij stonden. We stonden blijkbaar aan de check-in voor voetgangers. Terug de wagen in en wat verderop konden we aanschuiven achter een rij wagens. Opeens klopte een ferry-medewerker op de ruit om ons te melden dat we netjes in een rij wat verder achter ons moesten aanschuiven. Bleek dat we aan het voorsteken waren. Na bijna 2 uur wachten mochten we dan eindelijk met de wagen aan boord. Half Duitsland wil blijkbaar naar Engeland want we tellen ongeveer de helft Duitsers.

 

Aan boord checken we eerst onze kajuit. Deze blijkt ongeveer 2 m³ groot dus ik denk niet dat we hier veel tijd zullen doorbrengen. Na inspectie van de boot gaan we even kijken in de shop. We hopen een paar speciale travel-retail whiskyflessen te kunnen scoren maar dat valt flink tegen, net als de prijzen trouwens. De flessen zijn hier duurder dan in België. Er zijn echter een paar promoties die wel de moeite zijn en we kopen alvast een Talisker 10 en een Aberlour 15. Hebben we alvast een ‘nachtmutske’ voor in de kajuit.

 

We krijgen inmiddels honger en besluiten een tafel te reserveren in het Grill restaurant. Om 18u mogen we aanschuiven aan tafel en al gauw ligt er voor ieder 500gr. steak op ons bord. Na het diner trekken we naar de Compass Bar voor een digestiefje. We zien op de kaart een tasting van 5 whisky’s staan voor maar 8,50€. Da’s weinig dachten we. De hoeveelheid whisky per glas is echter miniem. We moeten opschieten dat ons glas leeg is of alle whisky is verdampt.

 

Ten slotte gaan we op het bovenste deck in de Sky Bar onze krant lezen en trekken daarna naar onze kajuit. De zee is kalm en we hebben dus weinig last van de golven. Na ons ‘nachtmutske’ vallen we als een blok in slaap.

 

 

Dag 2 – 25 mei

 

Vanmorgen zijn we opgestaan rond 7u. Af en toe werden we ’s nachts wakker van het schommelen van de boot maar eigenlijk hebben we relatief goed geslapen. Tijdens het ontbijt konden we reeds land zien in de verte. Om 8u45 plaatselijke tijd werd er omgeroepen dat we naar 'deck 3' mochten waar de auto geparkeerd stond. Onze rij mocht als eerste uitrijden. Dat ging dus een stuk vlotter dan het inschepen.

 

En dan de weg op. Mijn eerste keer links rijden. Het eerste ronde punt dat we tegenkwamen was ik al naar links aan het kijken ipv naar rechts. Gelukkig heb ik in Petro een goede co-piloot. Na een aantal kilometer en een 10-tal ronde punten verder was ik het al gewend. Ondertussen verlieten we het drukke Newcastle en reden door een prachtig heuvellandschap en pittoreske dorpjes.

 

Vandaag rijden we naar Pitlochry waar we een B&B geboekt hebben. Halverwege ons traject stoppen we bij de Glenkinchie Distillery. Deze distilleerderij ligt tussen de velden van Tranent, ongeveer 20 kilometer van Edinburgh. In de shop laten we onze 'Friends of Classic Malt' paspoort zien voor een gratis rondleiding. Even later komt een dame ons halen voor de rondleiding. Omwille van zogezegd ontploffingsgevaar door de alcoholdampen mogen we in de distillery geen foto’s nemen. Onzin uiteraard want in andere distilleries mag het wel. Ik heb dus mijn stoute schoen aangetrokken en toch een paar kiekjes genomen. Na de tour mochten we een Glenkinchie 12yo en een Distiller’s Edition proeven. Aperitiefwhisky, niets meer, niet minder.

 

Dan naar Pitlochry. Na een rit van nog eens 150km komen we aan in de Edradour Distillery. Deze distillery ligt op 1 kilometer van onze Bed & Breakfast dus da’s makkelijk. Dit is werkelijk een prachtige distillery. Het eerste wat we mogen doen is al 2 drams proeven tijdens de vertoning van een filmpje. Een 10-jarige Edradour die op Oloroso vaten is gerijpt en een 8-jarige die op Ruby port vaten is gerijpt. Ze bieden ook nog een crème likeur aan maar die laten we wijselijk liggen. Vervolgens bezoeken we de warehouse. Hier liggen honderden vaten te rijpen en dat ziet er redelijk indrukwekkend uit voor zo'n kleine distillery. We zien ook vaten van andere distilleerderijen zoals Macallan en Bruichladdich. Edradour heeft z’n eigen bottelarij en zet ook andere merken op fles onder de naam Signatory (Vintage). We zien nog eens het productieproces in de mooie gebouwen van Edradour en kopen daarna ieder een fles in de shop. Een ‘Straight from the Cask’ van 10 jaar voor Petro en een 13-jarige ‘Natural Cask strength’ voor mij. Beide op sherry vaten gerijpt.

 

Daarna naar onze B&B met de naam Benvrackie. We worden verwelkomd door de gastvrouw en toont onze kamer. Ik had overal 2 aparte bedden geboekt maar hier kregen we een 2-persoonsbed. Gelukkig mochten we van kamer wisselen met een andere gast. De B&B is de moeite. In de lounge krijgen we prompt 4 koele Stella’s van de gastheer onder onze neus geschoven. We genieten ervan terwijl met Skypen met het thuisfront.

 

’s Avonds nog een hapje eten in 'the Old Mill Inn' te Pitlochry gevolgd door een wandeling naar de dam met zijn fameuze zalmladder. Hier kunnen de zalmen stroomopwaarts aan de andere kant van de dam geraken. Leuk om te zien. Terug in onze B&B proeven we van onze nieuwe Edradour aanwinsten terwijl we kijken naar de Champions League finale op tv. Can it get any better than this?

 

 

 

Dag 3 – 26 mei

 

Vanmorgen ging de wekker af om 7u15 en om 8u zaten we aan het ontbijt. Schotten eten blijkbaar ongewone zaken bij hun ontbijt. Zo lagen er stukken vis (makreel of zo), rare gebakjes met zongedroogde tomaten en kwam de gastvrouw met een heuse grillschotel aandraven voor een andere gast. Wij hielden het maar bij fruit en een pistolet met gebakken ei. Maar eigenlijk kunnen we niet klagen over de B&B. De kamers waren heel verzorgd en comfortabel.

 

Vandaag rijden we van Pitlochry richting Speyside. Ons hotel ligt in Dufftown maar eerst een bezoekje aan de Strathisla en Glendronach Distillery. Strathisla is een distillery van de Chivas brothers. Men zegt dat dit één van de mooiste van Schotland is maar die van Edradour gisteren vonden we mooier. De rondleiding gaat nogal haastig en we hebben de indruk dat alles in een strak schema moet gebeuren. Na de rondleiding proeven we 3 drams in de tasting room: een Chivas 12yo, een Chivas 18yo en een Strathisla 12yo. Daarna nemen we in de lounge nog een Strathisla 15yo Cask Strength Edition. Deze is een stuk lekkerder dan de 3 voorgaande en deze fles gaat dan ook mee naar huis.

 

Daarna richting Forgue waar de Glendronach Distillery gelegen is. Omdat we grote fan zijn van Glendronach hadden we de ‘Premium Tasting Tour’ geboekt. Van Marc, de voorzitter van whiskyclub The Middle Cut, moesten we voor manager Alan McConnoghie wat Duvels meenemen. Hij blijkt grote Duvelfan te zijn en Marc had wat flesjes beloofd tijdens zijn laatste bezoek. John was er echter niet maar onze rondleidster, Hannah, beloofde plechtig dat zij de flesjes zou overhandigen. Na de rondleiding kregen we 4 heerlijke drams voorgeschoteld: de Octarine 8yo, de Cask Strength batch 2, de 20yo Pedro Ximenez cask en een dram rechtstreeks van het vat. Dit is een 20-jarige op een Oloroso vat gerijpte whisky. Vanuit dit vat kun je ook zelf je fles vullen, wat we uiteraard ook deden want deze is heerlijk. We namen afscheid van Hannah en reden richting Dufftown naar ons hotel.

 

Het Fife Arms Hotel zag er niet bepaald vrolijk uit. De receptie is in de ontbijtzaal en die ziet er uit als een soort scoutslokaal met wat houten stoelen en tafels, een ongezellige verlichting en wat oubollige attributen aan de muur. De kamer bleek gelukkig wel in orde. Geen 5 sterren maar het is proper en comfortabel.

 

's Avonds trokken we naar de befaamde Highlander Inn in Craigellachie. Dit is een bar-restaurant met een aanbod van meer dan 400 whisky’s. Als voorgerecht namen de we de alom gekende Schotse haggis met een whiskysaus. Voor ons de eerste keer. Het is niet slecht maar het is een beetje flauw van smaak. Als hoofdgerecht nam Petro noodles met gerookte eendenborst en ik een moot superverse zalm. Zalig. We besloten nog 1 drammetje te nemen aan de bar. Voor Petro een 20 jarige Ardmore van Wemyss Mellow Mariner en voor mij een 16 jaar oude Clynelish van de Berry Bros. Het was een gezellige avond maar we werden moe en reden dan maar terug naar ons hotel om nog wat tv te kijken en vroeg onder de wol te kruipen. Zo'n whiskytrip is toch vermoeiend!

 

 

Dag 4 – 27 mei

 

Kwart over zeven is blijkbaar onze standaardtijd om de wekker te zetten. Alhoewel, Petro kon vanochtend niet uit zijn nest dus voor hem werd het kwart voor acht. Om 8u15 gingen we aan tafel in de ‘gezellige’ ontbijtruimte. We kregen al gauw een ‘Full Scottish Breakfast’ onder onze neus geschoven met worst, champignons, warme tomaat, witte bonen in tomatensaus, gebakken ei en spek. We praten ondertussen met 2 Duitsers die ook in het hotel zitten. Blijkbaar komt er eentje al meer dan 30 jaar regelmatig naar Koksijde voor z’n werk.

 

Vanochtend staat de Glen Grant Distillery op het programma. Om 9u30 komen we er aan. We worden ontvangen door een nogal strenge ‘schooljuffrouw’. Zij is blijkbaar ook onze gids. We worden ook door haar streng aangemaand geen foto’s te maken in de gebouwen. Ze doet me denken aan een bevelhebster van één of ander strafkamp. We zullen dus maar beter geen stiekeme foto’s maken. Na de tour krijgen we een interactief filmpje te zien met ‘special effects’. Als er een stoomlocomotief in beeld komt krijgen we een wolk stoom over ons heen. Deze ruikt echter naar muffe schimmel. Lekker. Als er gesproken wordt over de geur van de whisky die naar fruit en bloemen ruikt, wordt er een ditto geur in de kamer verspreid door middel van een soort toiletverfrisser. Hierna krijgen we 2 drams: The Major’s Reserve van 5 jaar en een 10 jarige Glen Grant die op Bourbon- en Sherryvaten zijn gerijpt. Niet veel soeps. Italianen zijn er blijkbaar wild van, wij een stuk minder.

 

Om 11u30 worden we verwacht in de Speyside Cooperage. Hier worden de vaten gemaakt voor voornamelijk de whisky distilleerderijen. We zijn echt onder de indruk want dit is nog echte noeste handenarbeid. De mannen worden betaald per vat die ze maken of repareren. Het duurt volgens de gids 4 jaar vooraleer ze de stiel onder de knie hebben. Achteraan het magazijn zie je de stagiaires aan het werk. Dit gaat duidelijk minder vlot dan bij de ervaren mannen. De vaten worden uiteindelijk getest met vloeistof en perslucht om te zien of werkelijk volledig dicht zijn.

 

We besluiten te gaan lunchen in de Glenfiddich Distillery maar gaan eerst even langs bij de buren. De Balvenie distillery nl. ligt vlak naast Glenfiddich. Hier is echter weinig te beleven want het is vandaag een 'bank holiday'. Bij Balvenie draait alles dus op een laag pitje dus we trekken gauw wat foto’s en gaan weer verder. Glenfiddich boert blijkbaar goed want alles ziet er hier luxueus uit. De winkel, de distilleerderij, de koffieshop. Het ziet er allemaal knap uit. In de koffieshop eten we een zeer lekker broodje met Angus beef. We nemen daarna de tijd om nog wat foto’s te trekken en gaan dan verder naar de Aberlour Distillery waar we om 14u een afspraak hebben.

 

Bij Aberlour worden we ontvangen door Peter. Peter is het tegenovergestelde van onze gids bij Glen Grant, nl. nonchalant en grappig. Zijn stijl van humor en mimiek doen me denken aan Jeremy Clarkson van Top Gear. We komen ook een koppel sympatieke Duitsers tegen die we eerder zagen bij Glen Grant. Zij vertelden ons oa. dat er in Craigellachie een authentieke pub is die de moeite waard is om te bezoeken. We houden het in gedachte. De tour is uitgebreid en we krijgen veel informatie over de distillery en het produktieproces. We krijgen zelfs de wort te proeven. Dit is het mengsel van gemoute gerst met water. Dit smaakt een beetje naar Witte van Hoegaarden. Na de rondleiding krijgen we een aantal proevertjes en mogen we zoals bij Glendronach onze eigen fles vullen en labelen. We mogen kiezen tussen een whisky uit bourbonvat ofwel één uit een Oloroso sherryvat. Wij kiezen voor de sherry want deze is beduidend lekkerder. We nemen afscheid van de sympathieke Peter en het Duits koppel en rijden nog even naar de Macallan Distillery om wat foto’s te maken. We komen echter niet verder dan de shop want we worden door een Macallan medewerker aangemaand om terug te keren als we richting de distilleergebouwen willen gaan.

 

We rijden terug naar het hotel om ons op te frissen en te 'skypen' met het thuisfront. Dan zoeken we met de gps naar een restaurant in de omgeving want in Dufftown is er niet veel te zien. Het is echter niet makkelijk om in de buurt een leuk restaurant te vinden dus we rijden dan maar terug naar de Highlander Inn waar we de dag ervoor ook zaten. Het zit er stampvol maar er worden 3 mensen weggestuurd van een tafeltje omdat ze niet eten en wij mogen er plaatsnemen. That’s service! We eten een rijkelijke uiensoep, daarna overheerlijke lamskoteletjes (zacht als boter!) en als afsluiter een Schotse kaasschotel. We besluiten ons nachtmutsje in de bar te gaan drinken die het Duits koppel ons aanbeveelde dus we rijden wat verder naar Craigellachie. Daar komen we Fiddichside Inn tegen. We zien de mannelijke helft terug van het Duits koppel en zijn naam blijkt Roland te zijn. Roland is blijkbaar een Canadees die naar Duitsland geëmigreerd is. Het cafe ziet er echt authentiek uit en achter de toog staat Joe, een kranig oudje van 84 jaar. Het kleine cafe is gevuld met een groep Schotse vissers en jagers. Geen toerist te zien. We drinken samen een Daluaine 15yo, een Benrinnes 15yo en een Glendronach 12yo en dit aan democratische prijzen. Joe blijkt trouwens nog bij Macallan gewerkt te hebben. Om 22u nemen we afscheid van Roland, Joe en de vissers. Het was een geweldige dag en een supergezellige avond. Maar het is tijd om te gaan slapen want er staat de volgende dag een lange reis naar Islay te wachten.

 

 

 

Dag 5 – 28 mei

 

Vandaag is er niet veel gebeurd want we hebben we een lange rit achter de rug. Om 9u15 vertrokken we van Dufftown naar Oban. De bedoeling was dat we in Oban de Oban Distillery zouden bezoeken maar het is er enorm druk en alle plaatsen zijn bezet. We mogen wel de exhibitieruimte zien en eventueel wat Oban malts proeven in de Tasting Bar. De proeverij hebben we uiteindelijk niet gedaan. In de plaats rijden we door naar Kennacraig waar we de boot naar Islay nemen. We komen goed op tijd aan want we zijn blijkbaar de eersten. We hebben nog een 1 ½ uur voor de boot komt dus we nemen alvast een aperitiefje aan de auto: een glaasje wijn, wat nootjes en salami. Om 17u30 komt de boot aan en om 18u. zitten we aan boord. Het eerste wat ons opvalt is dat het verschrikkelijk naar kots stinkt. Als dat maar goed komt. Maar we hebben een sterke maag en we kiezen in het ferry-restaurant voor een flinke moot vis met aardappelen en erwten. De zee is rustig en alles blijft binnen. De zon begint trouwens fel te schijnen en bij aankomst op Islay na 2 uur varen is het schitterend weer. We rijden een klein half uurtje naar onze B&B (de Lyrabus Croft) te Gruinart en we kijken onze ogen uit. Mooie landschappen met de zonsondergang over de meren, ruïnes,... Het is werkelijk prachtig. Bij aankomst worden we ontvangen door Deirdre en Gibson. Het blijken lieve mensen en we worden begeleid naar onze kamers. Die zien er zeer verzorgd en comfortabel uit. We hebben zelfs een gevulde koelkast. We kijken uit het raam en we zien een spectaculair zicht. In de verte zien we Bruichladdich en het grote meer van Loch Indaal. Terwijl we genieten van het uitzicht maken we een fles Glendronach Parliament 21yo open en drinken nog een laatste drammetje. Sláinte!

 

 

 

Dag 6 – 19 mei

 

Vandaag worden we gewekt door het zonnetje. De gordijnen gaan open en we zien geen enkele wolk in de lucht. Dat belooft. Deirdre en Gibson verwennen ons met een Schots ontbijt. Dat worden we niet beu.

 

Om 10u30 worden we verwacht bij Ardbeg voor een ‘Tour & Full Range Tasting’. Aan de receptie geven we onze naam door. De dame vraagt ons of we vrienden van Marc zijn (Marc Vranckx is de voorzitter van whiskyclub The Middle Cut). We bevestigen en krijgen te horen dat we niets hoeven te betalen. Bedankt Marc!! De tour is top. We krijgen de distillery te zien en daarna gaan we aan de rand van het water genieten van 5 Ardbegs: de 10 jaar oude, de Blasda, De Alligator, de Corryvreckan en de Uigeadail. Het uitzicht over de zee is fantastisch. We drinken niet alles op want we hebben nog heel wat voor de boeg. We komen op weg naar de koffieshop de Distillery Manager, Michael Heads, tegen en we mogen met hem op de foto. Toffe kerel.

We eten wat in de koffieshop van Ardbeg (the Old Kiln Cafe) en rijden dan door naar de Laphroaig Distillery. Daar proeven we van de Laphroaig Cairdeas, de speciale botteling voor het Music and Malt Festival (dit festival is momenteel aan de gang op Islay). Deze ‘Portwood’ is zeer lekker en ik neem dus 2 flessen mee voor m’n vrienden Erwin en Danny. Petro neemt er ook eentje voor zichzelf.

 

Daarna is het de beurt aan Bowmore waar men open deurdag heeft. Hier hebben we een speciale tasting geboekt: ‘Mystery Malts in the Vault’. We trekken naar Warehouse Nr 1, de oudste warehouse van Schotland en de enige warehouse die onder zeeniveau ligt. In deze ‘vault’ hebben legendarische Bowmores gerijpt. De tasting wordt begeleid door Rachel Barrie, master blender van Bowmore, en Eddie MacAffer, de distillery manager. We krijgen hier een absolute primeur te proeven want de whisky’s zijn nog niet verkrijgbaar in de winkel. Buiten de Bowmore medewerkers heeft niemand deze whisky geproefd, benadrukt Rachel. Het zijn stuk voor stuk heerlijke drams maar vooral de laatste is erg verrassend. Deze is op sherryvaten gerijpt en Rachel noemt deze whisky ‘The Devil’s Mystery’ (is later op de markt gekomen onder de naam 'The Devil's Casks'). Bowmore heeft niet bepaald een traditie in sherryvaten gerijpte whisky maar deze is erg geslaagd. We mogen nog met Rachel en Eddie op de foto en trekken daarna richting Port Ellen voor een bezoek aan de Lagavulin Distillery. We zijn te vroef voor onze afspraak dus we besluiten een andere weg te nemen in de richting van Mull of Oa. Daar komen we een mooi, oud kerkhof tegen in Kilnaughton Bay, schitterend gelegen langs de kustlijn. We kijken wat rond, nemen wat foto’s en rijden dan richting Lagavulin waar we een standaardtour geboekt hebben. Na de tour proeft Petro van de Distiller’s Edition en ik van de 12yo Cask Strength. Lagavulin is altijd lekker dus wij tevreden.

 

Als je een fles Laphroaig koopt kun je je inschrijven om een ‘Friend of Laphroaig’ te worden. Je krijgt dan een stukje land van 1 vierkante voet (1 square foot) in de nabijheid van de Laphroaig Distillery. Je krijgt dan de GPS coördinaten en dan kan je een vlaggetje plaatsen op je stukje grond. Erg ludiek en Petro heeft dan ook z’n vlaggetje op z’n stukje grond geplaatst. Hij kan er misschien later een cavia op zetten.

 

Omdat het schitterend weer is beslissen we om een barbecue te doen. In Port Ellen halen we wat lapjes vlees. De rest zoals groenten en aardappelen (in blik) hadden we al voorzien. We rijden richting Kildalton Church en Kildalton Cross. Kildalton Church is een 13de eeuwse kerk en het Kildalton kruis, dat bij de kerk staat, is het best geconserveerde Keltisch kruis van Schotland. Het kruis staat vol bijbelse voorstellingen.

 

We rijden verder langs de kustlijn en onderweg zien we zeehonden zonnen op een rots. Nog wat verder zien we herten op de weg en daarna komen we op een open plek waar koeien staan de grazen. We vinden het schitterend. We besluiten om ons de nestelen in de nabijheid van de koeien. We hebben er een prachtig uitzicht over de zee en in de verte zien we de Mull of Kintyre (ja die lap grond van Paul McCartney). We steken onze tafel BBQ’s aan en trekken een flesje wijn open. We laten het ons smaken. Rond 21u rijden we terug richting Gruinart terwijl het zonnetje langzaam ondergaat. Wat een dag. Gewoonweg perfect!!

 

 

Dag 7 – 30 mei

 

We worden wederom gewekt door het zonnetje. Ik hoor dat het in België niet zo goed weer is maar hier kunnen we absoluut niet klagen. Er heerst wel een frisse wind over het eiland maar dat is er normaal. Vandaag nemen we de ferry terug naar het vasteland maar eerst gaan we nog even langs bij een aantal distilleries. Na het ontbijt laden we de wagen in en nemen afscheid van Deirdre en Gibson.

 

Om 11u15 hebben we afspraak bij Bruichladdich maar we slaan eerst af richting de Kilchoman Distillery. Na flink wat kronkelwegen door de heuvels komen we na 6 km eindelijk aan. Een oude man zegt ons dat de parking vol staat en dat we een shuttlebus naar de distillery moeten nemen. Dit gaat ons echter allemaal te veel tijd kosten en we besluiten maar naar Bruichladdich te gaan. We zijn uiteraard goed op tijd en krijgen van de receptioniste een drammetje van een 21-jarige op rumvaten gerijpte ‘Laddie’. Prima spul. Om 11u15 komt onze gids ons halen voor een wederom speciale tasting nl. een tasting ‘Straigth from the tastingCask’. We zijn blijkbaar alleen en we gaan naar 1 van de warehouses waar de vaten opgeslagen staan. Daar staat een line-up van 3 vaten en net zoals bij Bowmore krijgen we primeurs te proeven: een 23 jaar oude Bruichladdich gerijpt op een Bourbon hogshead, een 7 jaar oude Port Charlotte (niet de PC7 maar een zachtere variant) en als kers op de taart: een 10 jaar oude Octomore. Deze Octomore heeft ‘maar’ 80 ppm omdat de oudere Octo’s niet zo zwaar geturfd zijn. Maar deze is wel stukken beter dan pakweg de Octomore 5.1, ruig maar toch elegant want gerijpt op wijnvaten van Chateau d’Yquem. Een leuk detail is dat we de whisky zelf uit de vaten mogen halen met een valinch. En het water waarmee we onze mond spoelen is afkomstig van hun bron in Port Charlotte. Tenslotte krijgen we in de shop nog een proevertje van de Cuvee 407 PX voor mij en de Cuvee 640 Eroica voor Petro. Dit was weer absolute top!

 

We rijden richting Port Askaig en eten een broodje in een kledingwinkel/koffieshop (not kidding, hier kan het) in Ballygrant. De boot vertrekt om 15u30 dus we hebben nog even om een distillery op de weg te bezoeken. We kiezen voor Caol Ila. Bij aankomst zien we een weinig aantrekkelijke distillery en er valt weinig te beleven dus we besluiten door te rijden naar Bunnahabhain. Dit is een oude distillery en dat valt oa. te zien aan het oubollig behang in de shop maar het heeft allemaal wel charme. Na wat foto’s rijden we door naar Port Askaig waar we de ferry nemen. Rond 17u30 komen we aan in Kennacraig en dan hebben we nog een rit van 2u30 voor de boeg.

 

De bestemming is het Oak Tree Inn hotel in Balmaha. Dit hotel is gelegen aan het meer van Loch Lomond. Bij aankomst zien we dat het er druk is in het restaurantgedeelte. Zeker een teken dat het er goed is om te eten. We worden naar onze kamer geleid en zien op onze nachtkastjes oordopjes liggen. Blijkbaar is de isolatie niet zo geweldig want we horen allerlei geluiden. Als dat maar goed komt.

 

We eten wat in het gezellige restaurant en besluiten nog een wandeling te maken langs het meer van Loch Lomond. Het is hier een paradijs voor wandelaars want er zijn overal wandelpaden te zien. Er is zelfs een overzetboot die regelmatig naar een eiland in het Loch Lomond meer gaat. Je kan er dan wandelen en slapen (met de tent) in de natuur. Wij zullen wel gewoon in ons hotelbedje slapen. Slaapwel!

 

 

 

Dag 8 – 31 mei

 

Het zit erop. Vandaag is onze laatste dag in Schotland. We genieten van ons laatste Schots ontbijt en tevens laatste distillery bezoek. Op de weg terug gaan we nog even langs bij Glengoyne in Dumgoyne. We worden ontvangen door Arthur, een koddige, kale man in een tartan broek. We krijgen een filmpje te zien over de historiek van Glengoyne en krijgen daarbij alvast 2 whisky's te proeven. Een Duits koppel komt er wat later bij. Die stellen tijdens de rondleiding een spervuur aan vragen en de vooropgestelde 45 minuten wordt al gauw meer dan een uur en een kwartier. We zitten op hete kolen want we hebben een ferry te halen. Die Duitser klinkt een beetje als Herr Gruber van ‘Allo ‘Allo! ‘How many literz are going in ze Mash Tun?’ De tour zelf is goed. Glengoyne is geen massa distilleerder en hebben zelfs het traagste distilleerproces van heel Schotland. Ook leuk om te weten is dat de distilleerderij op de grens ligt van de Highlands en de Lowlands. Produktie gebeurt in de Highlands terwijl de rijping in de warehouse aan de andere kant van de weg gebeurt, in de Lowlands. Dit was destijds gedaan om fiscale redenen.

 

Rond 11u30 rijden we van Dumgoyne richting Newcastle voor onze ferry. Wat ons de afgelopen week is opgevallen op de weg is dat er onwaarschijnlijk veel roadkill (aangereden dieren) op de weg is. Schapen, herten, eekhoorns, dassen, vossen,... Er ligt werkelijk een hele (dode) dierentuin op de weg. En dat is niet zo verbazingwekkend. Ik heb een vrij vlotte rijstijl maar in Schotland ben ik een absolute slak. Ik word met regelmaat ingehaald door hele konvooien Schotten en voel me net een chauffeur van zo’n 4-takt karretje van Aixam of Ligier. De ronde punten zijn ook soms een ramp. Wie zet er in godsnaam stoplichten op een rond punt?! Wat een soep. Mijn gps zegt dat ik op het ronde punt de A69 moet volgen. Op het ronde punt staan 2 rijbanen voor de A69, eentje richting het oosten en de andere richting het westen. Deuh! Ik heb in een flits niet uitgemaakt of ik op dat moment naar het westen of het oosten aan het rijden ben. Maar we hebben het overleefd.

 

Om 15u15 komen we aan in Newcastle-upon-Tyne. Na paspoortcontrole rijden we door een hangar waar iedereen moet stoppen. We zien douaniers een auto doorzoeken en een Duitser wordt zelfs gefouilleerd. Slik. We krijgen het warm. We hebben in totaal 17 flessen whisky in de koffer zitten dus we hebben reden om het even benauwd te krijgen. Alhoewel, we hebben whisky fanaten gezien die met veel meer flessen op de boot gingen. Het is onze beurt. We geven onze paspoorten nog eens af en we mogen dan gewoon doorrijden. Een half uur later zitten we al op de boot. Dat ging vlot. We bellen naar het thuisfront om te zeggen dat we goed zijn aangekomen en gaan om 18u aan tafel zitten van het Explorers Grill restaurant. We verorberen een T-bone steak en gaan daarna in onze kajuit een aantal drammetjes drinken. ‘Stairway to Heaven’ van Led Zeppelin klinkt op de kajuitradio. Een ideale afsluiter van een geweldige trip. Sláinte.